The beach in Nuquí, Colombia

In het Colombiaanse departement Chocó zijn de toeristische faciliteiten nog een beetje onderontwikkeld. Is dat erg? Ware luxe is een leeg strand, met duikelende walvissen aan de horizon. Reisjournalist Jurriaan Teulings reisde naar het plaatsje Nuquí en schreef erover in ons Magia Latina Magazine

Jurriaan Teulings over Nuquí, Colombia

Het vliegtuigje vanuit Medellín is amper een kwartier onderweg als onder ons het Andesgebergte in een uitgestrekte jungle uitloopt. Het groen rijkt in alle richtingen, zo ver het oog kan zien. Pas als het blauw van de Stille Oceaan zich aandient, zetten we de daling in naar het kustplaatsje Nuquí. Na een grote bocht over het schitterende water scheren we zo vlak over het oerwoud dat ik de rode bloemen in het bladerdak bijna kan aanraken.

Tussen de airstrip en de terminal lopen kippen. Een man houdt mijn naambordje omhoog, en na een handdruk draagt hij mijn koffer naar een bootje dat even buiten het vliegveld ligt te wachten. Even later varen we de oceaan op, langs de kust zuidwaarts, naar ecolodge La Joviseña. Daar krijg ik een eigen hutje met een dak van palmbladeren toegewezen dat grenst aan een weelderige tuin voor hibiscusbloemen en papajabloemen. Aan de veranda hangt een uitnodigende hangmat. Er zit geen slot op de deur. Niet nodig.

Er zit geen slot op de deur van mijn hutje. Niet nodig.

Tientallen pelikanen

Het strand is fabelachtig en vol leven. Bij hoogtij lijkt de jungle er zo de oceaan in te tuimelen. Met de branding op de hielen slalom ik er tussen kokospalmen en grote rotspartijen. De hoogste rotsen zijn uitkijkposten voor tientallen pelikanen. Honderden rode krabbetjes en heremietkreeftjes dribbelen over het mokkakleurige zand. Mensen zijn schaars. In het kleine uur dat ik wandel kom ik alleen twee kinderen tegen; een jongen en een meisje van een jaar of acht. Samen beklimmen we een rots en spotten een school dolfijnen, die zo dicht langs de kust zwemt, dat we ze in de ogen kunnen kijken.

Vlak na zonsondergang klinkt er een bel voor het gezamenlijke diner. We eten de vangst van de dag met rijst en gefrituurde bakbananen. Klokslag tien uur wordt de elektriciteit afgesloten. Het overvalt me; ik lig op dat moment nog in mijn hangmat een boekje te lezen. Als mijn ogen aan het donker zijn gewend loop ik naar het strand om de hemel te bewonderen. In de zwoele tropennacht heeft deze iets stroperigs, waardoor de sterren als de bubbels van een lavalamp over de Melkweg lijken te dobberen.

Omringd door bultruggen

De volgende dag maak ik een lange wandeltocht door de stromende regen. Deze regio is een van de natste op aarde. Toch is het strand onder de grijze regenwolken nog prachtig. Ik trek urenlang langs volledig verlaten baaien en overwoekerde schiereilanden; klauter over omgevallen woudreuzen en dramatische rotspartijen. Ik ben al snel zo doorweekt dat ik de moeite niet meer neem om mijn schoenen uit te trekken om een riviertje te doorkruisen.

De regen stopt, zodat ik de laatste uren van de dag kan doorbrengen in een bootje op zee om de walvissen van dichtbij mee te maken. Het is even zoeken, maar na een uur zijn we ineens omringd door bultruggen. Hun vinnen zijn vol littekens van de lange migraties tussen deze equatoriale wateren en die van Antarctica.

Natuurlijke whirlpool

’s Avonds raak ik aan de praat met Carlos, een regisseur uit Bogota die zo familiair met het personeel omging dat ik even dacht dat hij de eigenaar was. Maar nee, zo vertelt hij, de eigenaar is Maximiliano, een tachtiger wiens acht kinderen en kleinkinderen de lodge en de omringende stukken land beheren. Het blijkt dat ook Carlos hier zijn paradijs gevonden heeft, sinds hij twintig jaar geleden door een storm gedwongen werd om de nacht in Nuquí door te brengen. Sindsdien is hij hier zo vaak hij maar kan. Zelfs aan het begin van de eeuw, toen de guerrilla’s en paramilitairen het hier onveilig maakten, bleef hij komen. “Alles is hier aan het veranderen, voel je dat ook? Nu de oorlog voorbij is, moet men hier wennen aan het toerisme.”

Hij nodigt me uit om hem de volgende middag met twee van zijn vrienden, filmproducenten uit Frankrijk, te vergezellen op een boottochtje door de jungle in de buurt van Joví, het dorpje ten noorden van La Joviseña. De ondiepe rivier wordt bevaren in een chingo, een wiebelig bootje dat in feite niet meer is dan een uitgeholde boomstam. Een slanke gespierde jongen voorop stuwt ons behendig met een stok door een paar stroomversnellingen. We varen een zijriviertje met kristalhelder water op, totdat het zo ondiep is dat we verder moeten lopen, met het stromende water langs de enkels. Zo waden we in een kwartiertje naar de plaats waar het riviertje met veel exotische pracht over twee grote rotsen heen duikelt – een waterval van twee verdiepingen. De onderste rots is een meter of vier hoog. Langs de ene kant ervan raast de watervaldoor een geul die net wijd genoeg is om in te gaan staan voor een verkoelende douche.

Over het midden van de rots loopt een grof uitgehouwen trappetje met aan de weerszijden twee touwen waaraan we ons voorzichtig optrekken naar de tweede verdieping van de bovenste waterval. Hier heeft het vallende water een kleine, maar diepe whirlpool uit de rotsen geslepen. Een voor een springen we er vol overgave in. Het is een soort wasmachine: het kolkende water trekt ons beurtelings onder de waterval voor een korte watermassage, om ons aan de andere kant weer uit te spuwen voor het volgende rondje. Precies wat je verwacht van een tropisch zwemparadijs.

Het riviertje duikelt met veel exotische pracht over twee grote rotsen heen.

Verdwenen leguanen

We keren net op tijd terug voor de walvistour van die middag. Dit keer trakteert een van de reuzen ons op een bijzonder moment, door met zijn kop in plaats van de gebruikelijke staart boven de golven op te duiken. Even denken we dat het beest de fotogenieke sprong gaat maken waarmee de bestemming op toeristische posters wordt aangeprezen. Maar het blijft bij de teaser. Die levert overigens nog steeds een prachtig schouwspel op in het late middaglicht, met de groene onbewoonde kust op de achtergrond. Tijdens het avondeten spreek ik met Carlos over het toerisme dat komen gaat. Hij hoopt dat het zich hier duurzaam zal ontwikkelen, zowel voor de natuur als de lokale bevolking. Zelf heeft hij plannen voor een beschermde broedplaats voor leguanen. Daar wemelde het hier vroeger van, maar ze zijn nagenoeg verdwenen door de toenemende aanwezigheid van honden die hun eieren opeten. “Het is hier een gevoelig onderwerp. Mensen hier zijn erg dol op hun honden.”

Na het toetje gaat een fles vinete open: een troebele moonshine van suikerriet die door de lokale bevolking wordt gestookt, en op smaak wordt gebracht met kaneel, kruidnagel en vanille. Het smaakt prima, maar op het derde glas volgt een knallende koppijn. Daar weet Carlos wel wat op: een nachtelijke duik in de branding. Hij instrueert me om zo licht mogelijke kleding aan te trekken. Als we even later in het pikdonker in de branding staan zie ik waarom: lichtgevende algen hechten zich aan mijn T-shirt en ik licht op als een kerstboom. Dan opent het wolkendek zich boven ons en geeft het sterrendak nog eens prijs. Tussen het getwinkel van de branding en de hemel is de magie compleet.

Meer over een rondreis Colombia?

Wilt u graag meer weten over een rondreis door Colombia inclusief een bezoek aan Nuquí? Wij helpen u graag. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie of een reisvoorstel op maat. Bel naar +31 73 610 62 04 of stuur een e-mail naar info@sapapanatravel.nl.

Bekijk onze rondreizen

Magazine aanvragen

Meer mooie reisverhalen over Latijns-Amerika kunt u lezen in ons Magia Latina Magazine. Vraag het magazine gratis aan en droom even lekker weg bij al het moois dat Latijns-Amerika te bieden heeft. 

Magazine aanvragen